Duurzaam ondernemen
Mythe of realiteit?
Hoewel de benaming de laatste jaren een beetje besmeurd is geraakt, heeft de idee van verantwoordelijk ondernemen absoluut zijn bestaansrecht. Met name in deze periode van onzekerheid staat duurzaam ondernemen toe om meer homogeniteit te brengen in het ondernemersproject door alle bestanddelen samen te voegen: human resources, klanten, leveranciers... (J.D.)
Strikt genomen, zo leren ons de basishandleidingen economie, heeft een onderneming maar één bestaansreden: winst maken. Niets bestemt een bedrijf voor om zich bezig te houden met de samenleving, om filantropische doelen na te streven of om het milieu te beschermen. Op dat punt zijn sommige vakbondslui het roerend eens met het type bedrijfsleiders voor wie alleen de wet van de vrije markt geldt: beiden zeggen dat een bedrijf geen ziel heeft. Een bedrijf moet dus geen “lovenswaardige” doelen nastreven; het moet de verdediging van weduwen en wezen niet op zich nemen, en al net zo min moet het bomen planten in Afrika ter compensatie van zijn bedrijvigheid en zijn uitstoot van koolzuurgas. Dat is ook wat Sylvie Brunel ervan vindt. Volgens de Franse geografe, econome en schrijfster, die vijftien jaar lang heeft gewerkt voor humanitaire organisaties (met name Artsen Zonder Grenzen en Action Contre La Faim) is duurzame ontwikkeling niets anders dan het paard van Troje, gebruikt door de noordelijke landen om de zuidelijke landen te overheersen. Op bijzonder bijtende wijze beschrijft de geografe de ontwikkelingspolitiek gevoerd door de Verenigde Staten sinds de golf van dekolonisering. Toen ging het er om te verhinderen dat de landen zouden vallen voor de lokroep van het communisme. En wat stellen we vast sinds de val van de muur? Dat ontwikkelingshulp in grote mate terugvloeit naar het Westen, en plaats heeft gemaakt voor hulp die het etiket draagt van de duurzame ontwikkeling.
De synthese voorgesteld door de politieke ecologie
Voor Sylvie Brunel is de stroming van “duurzame ontwikkeling” het natuurlijke kind van de mondialisering en de val van het communisme. Het is een obsessie geworden van beleidsmakers: voortaan lijken ontwikkeling en milieuthematiek onlosmakelijk verbonden. Sylvie Brunel brengt het allemaal subtiel aan het licht. Als we de geografe mogen geloven, vervangt de ecologie dus de strijd tegen de armoede. De verdediging van het milieu wordt zo de boom waardoor we het bos niet langer kunnen zien, een soort rookscherm waarachter bedrijven hun duistere bedoelingen verbergen... De stelling van Sylvie Brunel heeft veel aanhangers, maar even talrijk zijn zij die beweren dat het mogelijk is dit soort van tegenstellingen te overstijgen. En dat op een manier al voorgesteld door de voorstanders van de politieke ecologie sinds de jaren 1970: de synthese van een strijd voor een beter milieu, voor een opgewaardeerde sociale context, voor een geïntegreerde strijd tegen de armoede en voor een wereldomspannende actie. Een visie die lange tijd door de economische actoren werd gelaten voor wat hij waard was: ze hadden intussen wel andere katten te geselen. Maar vooral in het laatste decennium heeft deze aanpak gewonnen aan belang in alle sferen van de samenleving. Waarom is niet echt duidelijk. Is het een gevolg van de historische Top van de Aarde, georganiseerd in Rio in 1992? Of is het een gevolg van de crises van diverse aard (oliecrisis, economische crisis, financiële crisis...) die elkaar snel opvolgen en die meer en meer de economische wereld hard raken? Of gaat het om een combinatie van beide? In elk geval, het gedachtepatroon dat werkt vanuit een tegenstelling tussen bedrijven en de rest van de wereld, lijkt zijn kracht te hebben verloren.
© Shutterstock
Het doel van een bedrijf is niet (alleen maar) winst maken
Bij de economische tenoren verheffen zich vandaag stemmen die zeggen dat een ander model mogelijk is. Eén van hen, en niet van de minste, is Frank Riboud. De CEO van de groep Danone beweert bij hoog en bij laag dat het doel van een onderneming niet (of niet meer) is om winst te maken, maar wel om “de noden te bevredigen van de deelnemende partijen, dat wil zeggen: van de aandeelhouders, maar ook van de werknemers, de leveranciers, de klanten...”. Degenen die nog steeds werken volgens het oude schema (winst als enige doel) begrijpen vandaag meer en meer, aldus Frank Riboud, in wat voor impasse ze zijn terechtgekomen. “Het nastreven van winstmaximalisatie is niet duurzaam, door de logica ervan zelf. Wie zich laat benevelen door rendementen van 10,15, 20 of zelfs 25%, vergeet dat er een fysieke limiet is, voorbij dewelke het hele gebouw instort,” onderstreept hij. En alsof het nog nodig was om die bewering te staven, verwijst de CEO van Danone zonder zich weg te steken de naar de diepe crisis waarin we zijn beland.
Franck Riboud en Muhammad Yunus. © Groupe Danone
Duurzame ontwikkeling, het voorrecht van rijke bedrijven?
Allemaal goed en wel, maar je kan opwerpen dat Frank Riboud, comfortabel achterover leunend op de winsten van zijn groep, makkelijk praten heeft over duurzame ontwikkeling, in vergelijking met de zaakvoerder van een KMO. Is de hele idee van duurzame ontwikkeling geen speeltuin voor rijke bedrijven, die zich dat kunnen veroorloven? Terwijl zaakvoeders van KMO’s vroeger altijd zeiden: “Duurzame ontwikkeling is vooral een uitgave: investeren in een filter voor een schoorsteen levert ons nooit iets op (...) Het enige dat we daarmee kunnen bereiken, is het voorkomen van al te veel miserie met de wetgever.” We kunnen ze niet over de hele lijn ongelijk geven, maar we moeten toch opmerken dat bijvoorbeeld filters tegelijkertijd goed kunnen zijn voor het milieu en opbrengen voor het bedrijf. In Auvelais kan glasfabriek Saint-Gobain dankzij het filtersysteem dat het liet installeren in zijn schoorstenen voortaan het glasstof recupereren dat vroeger werd uitgestoten in het milieu. Vervolgens worden deze stofdeeltjes opnieuw geïntegreerd in het productieproces. Met als uiteindelijk resultaat een grote besparing van grondstoffen, maar ook een forse besparing van energie en een betere bescherming voor omwonenden. Een evolutie die overigens niet door alle belanghebbenden even goed wordt begrepen. Nadat de fabrieksschoorstenen waren voorzien van een filter, werd de rook van de oven van Auvelais zo goed als onzichtbaar voor het blote oog, met als gevolg ongerustheid bij omwonenden – ze dachten dat de fabriek van Saint-Gobain zijn activiteiten had stopgezet...
De meest gevoelige en veelbelovende onderwerpen
Alle onderwerpen die de samenleving en de wereld waarin we wonen na aan het hart liggen, vinden hun plaats in de reflectie van specialisten van CSR (Corporate Social Responsibility) of in het Nederlands MVO (Maatschappelijk Verantwoord On-dernemen). We denken daarbij vanzelfsprekend aan de ecologische problemen die historisch gezien als eerste de aandacht trokken van verantwoordelijken binnen de bedrijven. Duurzaam beheer van afval, spaarzaam gebruik van water, groene en hernieuwbare energie in plaats van fossiele energie. Vervolgens verbreedde het debat zich tot het thema “veiligheid”. De bedrijfsleiding kreeg meer aandacht voor de strijd voor een meer actieve veiligheid op en rond de werkvloer. Een logisch gevolg daarvan was dat ook fysieke fitheid in het debat ter sprake kwam, wat in sommige gevallen leidde tot het oprichten van sportclubs binnen de bedrijven. Voor Michaël Lucas en Bernard Joseph, oprichters van Running Nation, ging het om méér dan het opkrikken van de economische prestaties alleen: het invoeren van hardlopen in een bedrijf stond volgens hen toe om een originele combinatie te ontwikkelen van individuele inspanning en teamsolidariteit, maar ook, in bredere zin, van het respect voor de andere en respect voor het milieu.
Volvic végétale Pack
Loop, loop! Er blijft altijd wat van hangen...
Wie op deze manier de zaken bekijkt, kan “matchen” met andere bedrijven die dat ook doen, zoals Delhaize die als één van de eersten overtuigd raakte van het belang van MVO. Het thema van de solidariteit is dan ook in volle opmars, de laatste jaren. Meer en meer bedrijven moedigen hun werknemers aan om een beetje van hun tijd (nvdr: hun arbeidstijd) te stoppen in sociale projecten. Natuurlijk, het gaat er niet om werknemers te mobiliseren voor verre missies waardoor ze voor maanden aan een stuk niet beschikbaar zijn of waardoor ze serieuze risico’s lopen. De kans om je naaste te helpen bevindt zich soms dichterbij dan je denkt. In Brussel, op de hoogste verdiepingen van de Marsveld-toren, hebben de advocaten van bureau Freshfields Bruckhaus Deringer al met zijn allen de handen uit de mouwen gestoken, bijvoorbeeld, om een verfbeurt te geven aan een jeugdhuis of een school. In 2011 besloot Freshfield om zich specifiek te richten op het begeleiden van jongeren in de marge op zoek naar een baan, in het kader van de actie “Discover your talent!”, daarbij geflankeerd door Apco, Citibank, Infrabel en TCS.
Duurzame ontwikkeling volgens het boekje?
Door de populariteit van duurzame ontwikkeling hebben vele uitgevers zich op de thematiek gestort, in de hoop DE specialist te vinden die het referentiewerk voor het domein zal schrijven. Al de expertise van al die specialisten ten spijt, kunnen bedrijven zich niet tevreden stellen met boekenwijsheid. MVO is een specifieke manier om een geheel te bekijken: productie van diensten en goederen, bekommernis om de andere, het milieu, het Noord-Zuid evenwicht, sociale rechtvaardigheid, veiligheid van arbeiders en omwonenden... Dit kan alleen maar van binnen het bedrijf groeien; de recepten moeten aangepast zijn aan de realiteit van het terrein. De werking van bedrijven is heel specifiek; gewoon advies volgen uit een boek (hoe interessant ook) zal nergens toe leiden. Maar dit soort boeken kan zeker ideeën bijbrengen, pistes openen en de verantwoordelijken van het bedrijf vragen doen stellen die tot dusver niet eens in hen waren opgekomen.
RunningNation Immo Run. © Running Nation
Aanbevelenswaardige lectuur
Tussen de aanbevelenswaardige lectuur vind je werken als “Le guide du développement durable en entreprise”. Patrick Widloecher en Isabelle Querne, twee Franse specialisten inzake duurzame ontwikkeling, geven erin heldere tips om duurzame ontwikkeling succesvol te implementeren op bedrijfsniveau. De tekst bevat concrete voorbeelden van bedrijven die in hun beleid alle elementen van duurzame ontwikkeling combineren: aandacht voor het milieu en voor economische, sociale en maatschappelijke aspecten... Bovendien stellen de auteurs de lezer tools ter hand waarmee hij de impact kan meten van de acties die hij in zijn bedrijf zal voeren. In “The End of Growth: Adapting to Our New Economic Reality”, bespreekt essayist Richard Heinberg de milieuproblematiek op transversale wijze. Hij behandelt, elk op hun beurt en telkens in een paar pagina’s, alle elementen die volgens hem de oorzaak zijn van de geblokkeerde toestand van vandaag. De weg uit de impasse bestaat erin volgens de auteur (die bekend is om zijn bijdragen aan Nature, The Ecologist of European Business Review) dat managers attitudes moeten ontwikkelen die hen toestaan de gevolgen te beperken, of (wat beter is) de moeilijkheden te overstijgen door ze om te vormen tot opportuniteiten.
En in België?
De Amerikanen en de Engelsen zijn niet de enigen die het hebben over CSR/MVO. In België zijn er de initiatieven van Business & Society Belgium, een netwerk van ondernemingen dat zopas haar tienjarig bestaan heeft gevierd en dat als missie heeft: het referentiepunt zijn voor België inzake Maatschappelijk Verantwoord Onder-nemen. Maar evengoed willen ze praktische ondersteuning en tools bieden aan bedrijven die MVO willen integreren in hun beheer en hun bedrijvigheid. Een doel dat Business & Society naar eigen zeggen wil bereiken door de nadruk te leggen op het delen van good practices, maar ook door nieuwe oplossingen te ontwikkelen en door te communiceren over de verschillende aspecten van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen met alle betrokken partijen (lees hierover ook het kader). Andere interessante bronnen, deze keer van boven de Moerdijk: de boeken aangeraden door de firma met de gepaste naam Good Company. Deze boeken zijn altijd interessant, want ze snijden elk een onderdeel of een specifiek aspect van duurzaam ondernemen aan.
MVO in België, dat is Business & Society
De vereniging die vandaag Business & Society heet, begon oorspronkelijk onder een andere naam en onder voorzitterschap van Etienne Davignon met het verspreiden van het concept MVO in België. In 1998 richt Christian Leysen het Belgisch Netwerk voor Sociale Cohesie (BENSC) op met een lidmaatschap beperkt tot de grote jongens: Ahlers, Cockerill Sambre, Glaverbel, Randstad Belgium, Belgian Shell en de Generale Maatschappij van België. Oorspronkelijk was de ambitie van BENSC vooral om de aandacht van bedrijfsleiders te vestigen op het probleem van sociale uitsluiting en om de integratie van de sociaal zwakste groepen in de arbeidsmarkt te bevorderen. Vandaag zijn we weer zoveel verder, en na tal van markante evoluties telt de organisatie vandaag iets minder dan 80 leden. Het gaat bijna uitsluitend om grote ondernemingen of Belgische vestigingen van multinationals. En weinig of geen KMO’s. Tussen de leden vind je ondernemingen als Siemens of Solvay, maar ook bpost, Umicore, Mobistar en Belgacom, Bekaert, BNP Paribas Fortis of Axa en Befimmo (een bevak actief in kantoorvastgoed). Merkwaardig oververtegenwoordigd is de farmaceutische sector, met leden als UCB, Novartis Pharma, GlaxoSmithKline Biologicals, Volcano... Als je een beetje zoekt, vind je ook wel ondernemingen met een (in dit soort van club) iets minder verwacht profiel, zoals Ronveaux waarvan de afmetingen iets meer bescheiden zijn (nvdr: toch meer dan 500 werknemers!) of zoals Geseco, zonder enige twijfel één van de zeldzame internationale groepen gespecialiseerd in bewaking die een echt MVO-beleid hebben ontwikkeld. Wat heel vreemd is: het is vanaf het jaar 2008 en nog meer in 2009 dat de vereniging de meeste nieuwe leden aantrok. In volle financiële crisis zijn respectievelijk acht en twaalf leden de rangen komen versterken. En in 2010 heeft de stijgende lijn zich doorgezet met 10 leden terwijl er in 2006 niet meer dan zes nieuwe leden waren, en in 2007 maar drie! Geen enkel concreet element staat ons toe om een causaal verband te leggen tussen de crisis en de stijgende belangstelling voor MVO, maar de correlatie is op zijn minst frappant. Het lijkt wel alsof bedrijven in tijden van crisis méér de behoefte voelen om een bepaalde zin te geven aan hun activiteiten. Voor de volgende jaren weten de verantwoordelijken van Business & Society één ding: KMO’s moeten zich ervan bewust worden dat MVO er ook voor hen is. In tegenstelling tot de Angelsaksische landen, waar de cultuur al doordrenkt is van MVO, telt ons land nog een groot aantal KMO-zaakvoerders die een nogal beperkte opvatting hebben van wat MVO hen zou kunnen bijbrengen. Talrijk zijn zij die erin niets anders zien dan grilletjes, die enkele grote bedrijven zich puur voor het plezier veroorloven. Of lege filantropische gebaren, bedoeld om de sociale en/of milieu-ellende te verdoezelen. Terwijl eigenlijk: wie de gelegenheid heeft te ontdekken waarover de leden van Business & Society spreken als ze elkaar ontmoeten, zal snel vaststellen dat MVO alleen wordt geringschat wordt door wie het weinig of niet kent. Het wordt daarentegen zeer ernstig genomen door mensen die er zich in hun bedrijven écht op toeleggen.



